Zomerbloemen en vaste planten

Zomerbloemen en vaste planten

Teelt de grond uit biedt nieuwe kansen voor de teelt van zomerbloemen en vaste planten. Teelt op substraat of water kan een oplossing bieden voor het probleem van bodemgebonden ziekten. Daarnaast biedt Teelt de grond uit de mogelijkheid de teelt(omstandigheden) meer te sturen, gericht op een hogere opbrengst of kwaliteit. Tevens maken de nieuwe teeltsystemen het mogelijk om emissies van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen sterk te verminderen.

Vanaf 2009 doen PPO Lisse en Proeftuin Zwaagdijk onderzoek naar alternatieve teeltsystemen voor de teelt van zomerbloemen en vaste planten.

Vanaf 2014 concentreert zich het onderzoek op de drijvende teelt van zaai-aster (Callistephus). Zaai-aster is een gewas dat door grondgebonden problemen bij voorkeur geen tweede keer moet worden geplant op een perceel waarop het al een keer eerder geteeld is. Bij de drijvende teelt hangen de planten in drijvers van bijvoorbeeld EPS die op een voedingsoplossing liggen. Vrijwel de gehele wortelontwikkeling vindt vervolgens plaats in de voedingsoplossing.

Het onderzoek dient o.a. ter ondersteuning van Bloemenkwekerij van der Wekken in Noordgouwe. Dit bedrijf doet sinds 2013 op kleine schaal ervaring op met de drijvende teelt van zaai-asters en heeft daartoe een eigen drijver ontwikkeld.

Nieuwe drijvers voor zaai-asters
Nieuwe drijvers voor zaai-asters
Opschaling in 2015
Opschaling in 2015
De kwaliteit van op water geteeld zaai-aster is zeer goed
De kwaliteit van op water geteeld zaai-aster is zeer goed
Helianthus op water
Helianthus op water

Resultaten zaai-aster

De kwaliteit van de op water geteelde zaai-aster is zeer goed en was dan ookeli de reden dat Van der Wekken in 2015 zijn proeven opschaalde van 30 naar 360 m2. Daarbij bleek echter dat het systeem moet worden verbeterd omdat de kans op uitval nog te groot blijkt te zijn. De problemen met uitval ontstonden in een periode met hoge instraling en een harde, schrale wind. Ervaringen in andere teelten op water impliceren dat er meer aandacht moet worden besteed aan het klimaat boven de drijvers. Door reflectie op de drijvers kan de temperatuur boven de drijver in de eerste fase van de teelt – als het gewas de drijvers nog niet bedekt – hoog oplopen. Ook mist het systeem de verdamping uit de omliggende grond die voor een gunstig microklimaat bij de planten zorgt. De slechte klimatologisch omstandigheden veroorzaken stress bij de planten. Een oplossing zou kunnen zijn het systeem onder dergelijke warme en schrale omstandigheden te bevochtigen. Een ander verbeterpunt is de fixatie van de planten in de drijvers. Bij het zaaien werd tot nu toe losse potgrond gebruikt. Het plug is daardoor erg los waardoor de planten niet allemaal op dezelfde hoogte in de drijver hangen en sommigen er zelfs gedeeltelijk doorheen zakken. Om dit te verbeteren wordt nu gewerkt met verlijmde pluggen. Tot slot zal moeten worden gekeken naar de circulatie en beluchting van de voedingsoplossing. Bij een opschaling is dit moeilijker te realiseren dan in kleine bassins. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat zaai-aster beter groeit als de voedingsoplossing actief wordt belucht

Bij Van der Wekken zal 2016 in het teken staan van het optimaliseren van het systeem.

Resultaten zomerbloemen

In de periode 2009-2013 deden PPO Lisse en Proeftuin Zwaagdijk onderzoek naar de mogelijkheden van de teelt van diverse zomerbloemen op alternatieve teeltsystemen. De onderzochte systemen waren:

  • Teelt op een dunne mat
  • Teelt in substraatbedden
  • Teelt met minimaal substraat
  • Teelt in bakken
  • Water (drijvende teelt)

In de eerste fase van het project is een breed sortiment zomerbloemen en vaste planten getest op een dunne mat, in substraatbedden, in minimaal substraat en op water. In de daaropvolgende jaren concentreerde het onderzoek zich op een beperkt aantal (probleem-)gewassen geteeld in zandbedden, bakken en op water. 

Resultaten substraatbedden, dunne mat, minimaal substraat en bakken

De teelt in substraatbedden bleek voor de meeste gewassen zeer succesvol. Een teelt in 15 cm grof zand gaf betere resultaten dan de teelt in 35cm fijn zand. Bij de teelt op de dunne matten bleek de keuze van de mat erg belangrijk. De hennepmat bleef erg nat en de wortels deden het er slecht in; dit bleek geen gevolg te zijn van een Pythium-aantasting. De planten op de kokosmat groeiden erg goed. Er konden relatief goede bloemen van worden geoogst. De teelt op minimaal substraat liet in alle behandelingen en bij alle gewassen minder goede groei zien dan in substraatbedden of op kokosmatten. Kennelijk waren beide kleine substraathoeveelheden te klein voor een goede groei.

In 2011 is een teeltsysteem voor vaste planten in ingegraven zandbedden getest. Na het rooien bleek een behandeling met fertigatie in de zandbedden voor de meeste gewassen planten met een hoog gewicht per plant op te leveren. De plantkwaliteit van de planten uit de zandbedden was erg goed. In 2012 is het teeltsysteem voor vaste planten in ingegraven zandbedden verder geoptimaliseerd. Er zijn 3 fertigatiesystemen getest: fertigatie via druppelslangen, fertigatie via sproeileiding op de grond en fertigatie tot half augustus via sproeileiding op de grond en vanaf half augustus via druppelslangen. De voedingsoplossing werd gerecirculeerd.

Fertigatie met druppelslangen bleek bij de meeste soorten de beste groei te geven. Bij fertigatie met sproeileiding was bij sommige soorten een randeffect waarneembaar.

Na rooien was bij 5 soorten het gemiddelde plantgewicht bij fertigatie via druppelslangen het hoogst, bij 3 soorten bij fertigatie via sproeileiding. Bij beide systemen waren de wortelstelsels goed tot zeer goed gegroeid.

Recirculatie van het drain water heeft in deze proef niet geleid tot ziekte problemen.

Bewaring en hergroei van planten die geteeld zijn op zandbedden bleek goed mogelijk te zijn.

Bij de teelt van zomerbloemen in grote bakken met zand, met een laagdikte van 20cm, waarbij de planten dagelijks fertigatie (water met voeding) kregen, was de productie en de kwaliteit zeer goed. De planten in de bakken deden het veelal een stuk beter dan de controle in duinzandgrond. Verschillende drainage systemen en watergeef strategieën bleken geen grote verschillen in groei op te leveren. Dit zegt ook wat over de robuustheid van het teeltsysteem.

Overwintering van de bakken in een vriescel bleek voor de meeste gewassen goed mogelijk. De vervroeging van de oogst door de bakken in maart in een verwarmde kas te plaatsen leverde een goede kwaliteit bloemen op, op een moment dat de bloemenprijzen hoog waren. Ook een verlate oogst, door de bakken in juli buiten te plaatsen gaf bij de meeste gewassen een goede kwaliteit bloemen.

Resultaten waterteelt

Uit de screening dat bleek veel gewassen in staat zijn wortels in water te vormen en een complete teeltcyclus op water te doorlopen. Hiertoe behoren Aconitum carmichaelii ‘Arendsii’, Astilbe japonica, Brassica (sierkool), Chelone obliqua, Echinacea purpurea, Helianthus annuus, Hemerocallis, Hosta, Paeonia lactiflora, Phlox subulata en paniculata, Solidago en Veronica longiflora. Aconitum napellus viel in de screening vroegtijdig uit en Callistephus chinensis ontwikkelde zich tot kort voor de oogst zeer goed maar verwelkte vervolgens.

In de vervolgproeven met Aconitum napellus en Callistephus chinensis werden betere resultaten behaald dan in het eerste jaar en de productie op water lijkt teelttechnisch dan ook een interessant alternatief te zijn. Maar de resultaten waren nog te wisselvallig om grootschalig toepassing mogelijk te maken. Toch waren de proefresultaten met Callistephus voor één van de betrokken telers aanleiding om het systeem in 2013 op kleine schaal op het eigen bedrijf toe te gaan passen. De eerste ervaringen waren positief – namelijk een aanmerkelijk hoger oogstpercentage dan in de grondteelt - en deze praktijktoepassing wordt dan ook volgend jaar doorgezet.

De meeste gewassen reageren positief – namelijk door snel door te groeien - als de wortels na het planten direct contact hebben met de voedingsoplossing. Als deze gewassen met de wortels boven de voedingsoplossing worden geplaatst en zij dus door een luchtkamer naar het water moeten groeien is de kans op groeivertraging groot en dat kan tot kortere taklengtes bij de oogst leiden. Er zijn echter ook gewassen die negatief reageren op een te natte wortelhals en die juist profiteren van een positie boven het water.  

Uit diverse proeven bleek dat beluchten van de voedingsoplossing – dit leidt tot hogere zuurstofgehaltes – een positief effect heeft op de gewasontwikkeling. Bij sommige gewassen zoals Phlox is dit waarschijnlijk zelfs een voorwaarde is voor een geslaagde teelt

Uit het onderzoek aan Phlox bleek dat er grote verschillen zijn tussen de cultivars. De ontwikkeling van de waterteelt kan dus worden gestimuleerd door op de waterteelt afgestemde selectie- en veredelingsprogramma’s.

De toepassing van waterstofperoxide met het idee de eventueel in het water aanwezige ziekteverwekkers de onderdrukken leidde tot wisselend effecten. Deze varieerden van een verhoging van het oogstpercentage (Callistephus en Aconitum napellus) tot complete uitval in Callistephus.

Samenstelling gewasgroep zomerbloemen en vaste planten

  • Nico Wigchert (teler, Noordwijkerhout)
  • Remy Lubbe (teler, Noordwijkerhout)
  • Aad Vollebregt (teler, Hillegom)
  • Herman van der Wekken (teler, Noordgouwe)
  • Henk van den Berg (adviseur)
  • Aad Vernooy (LTO Groeiservice)
  • Wout Hogervorst (Mechanisatie bedrijf)
  • Tycho Vermeulen (Wageningen UR Glastuinbouw)

Communicatie

De directe betrokkenheid van de gewasgroep garandeert de korte lijnen met de praktijk en inbreng van de praktijk in het onderzoek. Daarnaast is er tijdens open dagen, lezingen en studiegroepbijeenkomsten gelegenheid voor telers en andere belangstellenden meer te horen over de opzet en de resultaten van het onderzoek.