Appel

Teelt de grond uit biedt nieuwe kansen voor de appelteelt op zandgronden. Zo biedt teelt in sleuven in de grond mogelijk een oplossing voor het probleem van bodemmoeheid. De huidige chemische bestrijdingsmethode voor bodemmoeheid staat onder druk: vanaf 2015 is nog maar 40% van de huidige dosering van metam natrium voor chemische grondontsmetting toegestaan.

Daarnaast biedt deze teelt de mogelijkheid om de vruchtmaat bij de pluk in het optimale traject te laten uitkomen. Tevens maakt het nieuwe teeltsystemen het mogelijk om scheutgroei via gecontroleerde waterstress te reguleren, de productie en vruchtkwaliteit te verbeteren en de homogeniteit in de aanplant te verhogen. De emissies van vooral meststoffen en herbiciden zullen sterk verminderen.

Aanvankelijk waren drie systemen in onderzoek genomen in een proef op de PPO-locatie Randwijk, waarvan er ondertussen één is afgevallen.

1. Teelt in 30 cm brede open sleuven gevuld met zwart, aaltjesvrij, zwart, fijn zand en groeiregulatie via  gecontroleerd water geven: 120-150 liter substraat per boom; substraat in anti-worteldoek, dat weer in folie is geplaatst; met drainageleiding onder het antiworteldoek in grind onderin de sleuf (in het drainwater wordt de stikstofuitspoeling gemeten; recirculatie wordt echter niet beoogd; door de beheersing van de neerwaartse waterstroom wordt de drainage uit de sleuf in de fertigatieperiode geminimaliseerd waardoor de stikstofuitspoeling sterk gereduceerd zou moeten worden tot 30 kg N/ha/jaar).

Dit systeem is het meest perspectiefvolle systeem en de ontwikkeling ervan krijgt verreweg de meeste aandacht. Uit de resultaten blijkt dat bij toepassing van gecontroleerde waterstress in juli van 2012 en 2013 de producties in 2013 en 2014 8% hoger liggen dan bij de behandelingen waarin de groei gemaximaliseerd  wordt. Gemiddeld wordt vanaf het derde groeijaar (2013) met het proefras Junami rond de 50 ton/ha geplukt met een zeer goede maat (gemiddeld 75-80mm).

Daarnaast wordt in dit systeem onderzocht hoe het Brabants zand biologisch gezien zo gezond mogelijk gehouden kan worden middels producten van  PHC (Plant Health Cure). Ruim een jaar na planten bleek dat de opbouw van het schadelijke aaltje Pratylenchus penetrans bij deze behandeling nog niet was gestart, terwijl bij de referentiebehandeling de opbouw al wel aantoonbaar was. Het totaal aantal aaltjes was echter hoger in de PHC-behandeling, wat duidt op een beter ontwikkeld bodemleven. Op twee praktijkpilots in Noord-Limburg wordt het sleuvensysteem verder getest met dezelfde vulling van zwart, fijn zand. Bij één van de pilots was een besmetting met PP vastgesteld (36 aaltjes/100 ml) hetgeen kon worden verholpen met inundatie (onder water zetten van de grond in de sleuf). Direct planten na inundatie leverde geen goede start op. Planten na een rustperiode gedurende de winter van 2014/2015 leverde een goede start op. Op het ander bedrijf was de start na deze rustperiode nog steeds niet goed genoeg, waarschijnlijk door wateroverlast als gevolg van het niet apart water kunnen geven aan de sleuven.

In de proef in Randwijk wordt als alternatief substraat kleigrond toegepast.Na verloop van jaren blijkt dat de groei en productie in sleuven met vulling met zavel (12% lutum) achterblijft bij vulling met zwart, fijn zand. Waarschijnlijk is de bodemstructuurontwikkeling bij de klei te zwak als gevolg van het intensieve fertigeren over de hele oppervlakte van de sleuf. Bij de zandvulling blijft de zuurstofvoorziening waarschijnlijk op voldoende niveau door de goede drainerende eigenschappen van het zand.
Dit systeem is ook interessant voor situaties waarin andere grote problemen dan bodemmoeheid een rol spelen, zoals wateroverlast op zware gronden met ondiep grondwater. Sinds 2014 is om deze reden bij fruittelers Gert en Christian van Os in Benschop een pilot gestart met dit systeem. Door de goede drainage is de aanslag met dit systeem in deze situatie veel beter. Een punt van aandacht is de vulling van de sleuf. Het vullen van de sleuf met dezelfde zware grond leidt na verloop van tijd weer tot groeibeperking door zuurstofgebrek als de grond weer in elkaar zakt.

Oriënterend vindt ook nog onderzoek plaats aan:

2. Teelt in sleuven gevuld met wit zand van 0.5 mm en groeiregulatie via EC door fertigatie met permanente overdrain. De sleuven zijn afgedekt. De nadruk ligt op de ontwikkeling van fertigatieschema’s voor deze onbekende manier van telen. Vanaf 2014 ligt het productieniveau bij dit systeem op hetzelfde niveau als het open-sleuven-systeem.

3. Teelt in containers (RocketpotTMPot) met 50 liter zwart, aaltjesvrij Brabants zand als substraat. De resultaten van het eerste onderzoeksjaar (2010) lieten zien dat appel zeer goed kan groeien in containers met zandgrond als substraat. Na aanplant van een grote proef in juni 2011 bleek dat na de strenge en grillige winter van 2011/2012 de wortels van de bomen in de containers allemaal bevroren waren, waardoor de bomen dood gingen. Deze extreme wintervorstgevoeligheid leidde tot het stoppen van de ontwikkeling van het containerteeltsysteem voor appel.

Meer informatie:

Appelteelt in sleuven veelbelovend voor de toekomst

Reguleren van vruchtgroei bij appel met stress

Sleuventeelt in appel biedt perspectief

Samenstelling begeleidingscommissie appel:

Telers:

  • Thijs van Kempen (Leunen)   
  • Jan Heijnen (Roggel)
  • Gert van Os (Benschop)

Adviseurs / toeleverende bedrijven:

  • Dirk van Hees (Fruitconsult)
  • Gerard Kievit (DLV Plant)
  • Adrie Boshuizen (Bodata)
  • Theo Heesackers, Jack (VDB Watertechniek)
  • Piet Meeuwse (Meeuwse Handelsonderneming)
  • Marcel de Jong en Pius Floris (Plant Health Cure)

Communicatie

De directe betrokkenheid van de begeleidingsgroep bij het projectteam van PPO garandeert de korte lijnen met de praktijk en inbreng van de praktijk in het onderzoek.

Daarnaast is er tijdens de jaarlijkse open dagen gelegenheid voor telers en andere belangstellenden meer te horen over de opzet en de resultaten van het onderzoek.